2016 vervolg

Gedachten en achtergronden bij het dubbelconcert van oratoriumkoor Wassenaar Vocaliter op 20 april 2016 te Wassenaar.

De affiche voor het concert toont een portret van een vorstin van Groot-Brittannië en Ierland, koningin Caroline. Zij is de hoofdpersoon in Händels compositie ‘Anthem for the Funeral of Queen Caroline’. Al het beeldmateriaal van de affiche is afgestemd op de begrafenis van deze koningin. De ontwerper heeft haar beeltenis geleend van de schilder Georges Jervas. Ook zien we de kerk waar haar uitvaartdienst werd gehouden, Westminster Abbey. In de symboliek van de affiche arriveert de begrafeniskoets op het grote plein, ontmoetingsplaats van de stedelingen.

In het decembernummer van 2015 van kwartaalblad ‘Vivace’ schrijft Jan Elsinga:

‘Hoewel Bach en Händel in hetzelfde jaar zijn geboren en in dezelfde streek zijn opgegroeid hebben ze elkaar nooit ontmoet’….. ‘Er is veel gespeculeerd over de redenen daarvan’ …… ‘Een van de eerste biografen van Bach’ …’schreef dat Bach Händel in 1729 graag wilde ontmoeten: ‘Toen Händel in zijn beste jaren eens van Londen naar Halle (zijn geboorteplaats) kwam, om daar zijn familie te bezoeken, verheugde Johann Sebastian Bach, die toen in Leipzig woonde, zich zozeer over zijn komst, dat hij hem door zijn oudste zoon Wilhelm Friedemann dadelijk liet complimenteren en hem naar Leipzig bij zich liet uitnodigen. Verscheidene aanzienlijke muziekvrienden zagen met smart uit naar deze ontmoeting om een kleine vriendschappelijke tweekamp tussen twee zo grote mannen te organiseren; maar Händel vermeed, ondanks meerdere uitnodigingen, iedere gelegenheid daartoe.’

Het lijkt er op dat ook deze affiche Johann Sebastian Bach en het Duitse aandeel in het concert, zijn cantate 21 ‘Ich hatte viel Bekümmernis’, wil mijden, wil vergeten. Al het beeldmateriaal is immers gewijd aan Caroline en van Händel is zelfs de Engelse variant van zijn naam weergegeven.
Maar dan is daar dat sympathieke, troostende armgebaar van Caroline, zij verbindt haar vorstendom met haar moederland, Duitsland, en zo is zij, o wonder, de brug tussen haar land- tevens tijdgenoten Georg Friedrich Händel en Johann Sebastian Bach.
Ja, troost is wellicht het centrale thema van beide composities.

Händel: De wegen van Sion treuren / Funeral Anthem voor Koningin Caroline (HWV 264)
Caroline von Ansbach werd geboren in de Duitse deelstaat Ansbach op 1 maart 1683. Haar vader was de markgraaf van het kleine Ansbach.
In het maartnummer van 2016 van ‘Vivace’ schrijft Jan Elsinga:
‘Haar vader stierf toen ze drie jaar oud was. Caroline en haar jongere broer verhuisden met hun moeder naar Dresden, waar haar moeder hertrouwde met de keurvorst van Saksen. Na de dood van haar moeder in 1696 ging Caroline wonen bij de toekomstige koning Frederik I van Pruisen en zijn vrouw Sophie Charlotte van Hannover, die de zuster was van de toekomstige koning George I van Engeland. Zijn zoon, George Augustus kreeg een verhouding met Caroline en het paar trouwde in Hannover in 1705.
De eerste negen jaar van Caroline’s huwelijk had ze een relatief rustig leven in Hannover met haar vier oudste kinderen. In 1714 werd George I koning van Engeland en zijn zoon George Augustus Prins van Wales. De aankomst van George en Caroline in Londen werd gevierd met een uitvoering van het Te Deum in D Majeur, dat Händel oorspronkelijk voor George I had gecomponeerd.
Händel kende Wilhelmina Charlotte Caroline von Brandenburg Ansbach (1683-1737) al in Hannover, voordat ze trouwde met de toekomstige koning George II. Hij had enkele van zijn Italiaanse duetten voor haar geschreven, nadat hij in 1710 aan het hof was benoemd. In Engeland kwamen ze elkaar opnieuw tegen.
Toen koning George stierf in 1727 werden George II en Caroline gekroond in Westminster Abbey. Händel componeerde voor die gelegenheid de vier ‘Coronation Anthems’. Händel droeg zijn opera Giulio Caesare op aan de nieuwe koningin.’

Caroline stierf op 20 november 1737. Händel begon waarschijnlijk op 5 december en zou de anthem ‘The ways of Zion do mourn’ zeven dagen later hebben voltooid. Op de dag van de begrafenis op 17 december 1737 luidden de klokken van de St-Pauls Cathedral, Westminster en van vele kerken in Londen en werd de anthem ter ere van Caroline voor het eerst uitgevoerd in Westminster Abbey door ongeveer 80 zangers en 100 instrumentale leden van His Majesty’s Orchestra en van de Opera.’
…..’Na haar dood bleef de koning zeer bedroefd achter en hij wilde nooit meer trouwen…’

Caroline van Ansbach werd wel ‘de slimste partner-koningin van Engeland’ genoemd. De vrouw van koning George II nam tijdens diens perioden van afwezigheid het bestuur van hem over en steunde de eerste minister Sir Robert Walpole in zijn vredelievende buitenlandpolitiek. In die periode bloeide Engelands economie. Caroline was bekend om haar verdraagzaamheid en wijsheid. Zij was beschermvrouw van de kunsten, zeer muzikaal en belezen en tijdens de regeerperiode van haar man, populair bij de bevolking.

Zoals de koorleden van Wassenaar Vocaliter tijdens de koorrepetities al hebben ervaren verschillen Händel en Bach, die beiden in de barokstijl componeerden, zeer in de keuze en de behandeling van hun thema’s. De uitvoering van de beide composities op één avond, de avond van 20 april, leidt beslist tot een boeiende, leerzame confrontatie.

Jan Elsinga:
‘Bach: Cantate 21: ‘Ich hatte viel Bekümmernis’ behoort tot Bachs meest uitgevoerde cantates. Het is met elf delen een lange cantate, waarover Bach zelf gezien het grote aantal uitvoeringen ervan ook zeer tevreden was. Hij bestemde de cantate uiteindelijk voor ‘willekeurige gelegenheden (per ogni tempore)’.
De oorsprong van de cantate ligt waarschijnlijk bij een rouwdienst op 8 oktober 1713 voor Aemilia Maria Harress (1665-1713), weduwe van een dignitaris uit Weimar. De bewaard gebleven herdenkingspreek besprak diverse Bijbelteksten die in de cantate zijn verwerkt en verklaart het – in vergelijking met andere cantates – grote aantal Bijbelcitaten. De tekstdichter is waarschijnlijk de hofdichter Salomon Franck.
Bach voerde de cantate voor het eerst uit in Weimar op 17 juni 1714, de derde zondag na Trinitatis (de vreugde over de terugkeer van het verloren schaap), maar de tekst houdt hier maar weinig verband mee.
Het was de vierde in zijn reeks maandelijkse cantates sinds zijn benoeming tot concertmeester. Daar fungeerde de cantate ook als afscheid van de muzikaal begaafde en Bach zeer toegewijde, maar ziekelijke 18-jarige prins Johann Ernst.
Vervolgens heeft Bach de cantate in november 1720 in Hamburg uitgevoerd bij zijn sollicitatie als organist aan de Jacobikirche. Deze keuze is veelzeggend om twee redenen: het geeft aan hoe belangrijk deze cantate voor Bach was tussen de inmiddels 25 gecomponeerde cantates en het was de eerste cantate, die hij uitvoerde nadat hij bij thuiskomst van zijn enige buitenlandse reis moest ontdekken, dat zijn (eerste) vrouw Maria Barbara tijdens zijn afwezigheid was overleden en begraven.

Op 13 juni 1723 was BWV 21 nog geen drie weken na zijn aantreden in Leipzig de eerste van de reeks Weimarer cantates, die hij uitvoerde ter ontlasting van zijn wekelijkse compositieverplichtingen.
Volgens kenners is BWV 21 stilistisch en in zijn structuur als onevenwichtig te beschouwen, maar dat veroorzaakt ook de populariteit ervan. Bach bevindt zich hier stilistisch op een kruispunt met enerzijds moderne aria’s en recitatieven op vrij gedichte teksten (3,4,5,7,8 en 10) en anderzijds een groot aantal Bijbelteksten, die karakteristiek zijn voor de 17e -eeuwse motettraditie, een groot aandeel van het koor en de opbouw van het koor met de oude motet-structuur, d.w.z. vier stukken tekst achter elkaar op geheel verschillende muziek..

Maarten ’t Hart over Cantate 21 in zijn boek ‘Johann Sebastiaan Bach’ (2000)
… Pas toen heb ik niet alleen beseft wat een uitzonderlijk mooie cantate dit jeugdwerk is, maar ook dat er aan Bach een fenomenaal operacomponist verloren is gegaan. Waarom zou hij, terwijl hij graag naar de opera’s van Hasse ging luisteren, nooit de aanvechting hebben gehad om een opera te componeren? Of had men hem gewoon een opdracht moeten geven?’

In zijn boek ‘Aan de hand van Bach’ schrijft Dr. Gert Oost, de op 30 maart 2015 overleden organist, componist en musicoloog over onder andere deze Cantate 21 ‘Ich hatte viel Bekümmernis’. Oost zegt dat een zekere Johann Mattheson het werk waarschijnlijk bij een uitvoering in 1720 in Hamburg recenseerde en toen oordeelde dat Bach in het openingskoor het woord ‘Ich’ te zeer benadrukte: Ich, ich, ich! Volgens Oost heeft Mattheson niet begrepen waarom Bach deze drievoudige aanroep nog voor de eigenlijke inzet van de koorfuga plaatste.
Voor Oost is het kernwoord in deze cantate niet Ich, maar Aber. Hier heeft de ‘ouverture’ de functie van een brug over die rivier van tranen, die in het eerste deel van de cantate wordt bezongen.
Gert Oost hoorde het direct, het zal in deze cantate gaan om het navolgen. Nadat de Sinfonia in 20 maten in het allereerste deel heeft geklonken, volgt nu dat vocale ‘Ich, ich, ich’ van de Man voorop, en dan – in de fuga – moet je, moet het koor wel meegaan, in liefdevolle verbondenheid met Hem.

Maar …. onderweg is er veel Trübsal en ook absolute Finsternis, ja zelfs … de stilte van de dood.

En dan klinkt dat ‘Aber’, verlossend en als een introïtus naar 20 maten ‘Vivace!’, Levend! Verkwikking, belofte, troost voor de ziel.
Maar nog is de duisternis niet geweken; klinkt daar iets van verwijt? ‘Waarom deze ellende, God? We hadden toch een Verbond?!’
In die volstrekte verlatenheid wordt de beek een zilte tranenvloed, een niets ontziende stortvloed, de sluizen van de hel gaan open, het lijkt nu wel of God slaapt!
In diezelfde duisternis openen de vier ‘evangelisten’ het koor: ‘Was betrübst du dich, meine Seele?’
Maar… eindelijk, een wonderschone aria en een teder liefdesduet wijzen de weg vanuit dat donker naar het licht. ‘Continuo en fagot omhelzen elkaar op aarde’, schrijft Oost.
Aan het slot laat Bach het koor zingen als op Pinksteren: het gaat volledig uit zijn dak! Alleluja, Amen!

De cantate is als een goede preek: de kommer wordt niet verzwegen of ontkend, de weg van troost evenmin.
Gert Oost in het slot van zijn analyse: ‘Cantate 21 is door de tijd heen eigenlijk nooit ‘vergeten’, in tegenstelling tot veel werk van Bach, inclusief zijn Passionen.
Een mens kan niet leven zonder zulke visionaire levensbronnen.’

Reacties zijn gesloten.